Focus55

Tour du Mont Blanc

De Tour du Mont Blanc, kortweg TMB genoemd is een fascinerende trektocht rondom het massief van de Mont Blanc in de Franse Alpen. De tocht is gemiddeld 180 km lang maar kan korter of langer worden naargelang er gekozen wordt voor één of meerdere varianten. Het vraagt van de gemiddelde wandelaar 10 tot 12 dagen. Onderweg kan men genieten van prachtige berglandschappen in Frankrijk, Italie en Zwitserland. Rudi De Latter

Cols en muildieren

We beginnen onze tocht in het trekkersdorp bij uitstek: Les Houches. Traditioneel ook de startplaats van de Tour du Mont Blanc en gelegen in de schaduw van het mondaine Chamonix.
De eerste dag staat al een zware col op het programma, de Col Tricot, met zijn 2120 meter niet de hoogste van de Tour maar wel een die kan tellen als het op het inschatten van onze conditie aankomt. Het wordt snel duidelijk dat de afgelopen winter een buitengewoon karakter had. We lopen over forse sneeuwvelden naar de top. Daar waar rond deze tijd van het jaar (eind juni) en op deze hoogte nauwelijks sneeuw voorkomt. Na een korte rustpauze dalen we steil af naar het dal. vervolgens vatten we de korte klim aan naar Chalet du Truc, onze eindbestemming van een zware eerste dag.
De volgende morgen is het beginnen regenen. Gelukkig staat er een vrij lichte tocht op het programma. regenjassen en beschermcapes voor de rugzakken worden bovengehaald om het traject naar Chalet la Balme af te leggen. Een modderig pad en aanhoudende regen zijn de ingredienten die ons vandaag te beurt vallen. Met de hut in zicht lijken de weergoden echter tot inzicht gekomen en blijven we van verdere nattigheid gespaard. Het komt er nu op aan om alles droog te krijgen voor de tocht van morgen. De volgende dag komen we in het hooggebergte terecht. Met de beklimming van de Col Du Bonhomme, Col du Croix Du Bonhomme en de Col Des Fours. Drie kleppers van meer dan 2400m stellen onze uithouding flink op de proef. Over sneeuwvelden en een rotsachtig parcours bereiken we uiteindelijk Chalet Des Mottets na ruim acht uur stappen. Les Mottets is nog een echte berghut. De vroegere koestal is omgebouwd tot een lange ‘dortoir’ of slaaplaats met wel zestig bedden. Liefhebbers kunnen hier een muildier huren om de rugzakken naar Col De La Seigne te brengen. De dieren keren daarna op eigen houtje terug, maar dit is niet aan ons besteed. Op deze col ligt ook de grens met Italie, naar verluidt was dit tot voor kort een populaire smokkelroute. Vanaf hier loopt het pad langs de indrukwekkende zuidkant van het Mont Blanc massief richting Zwitserland. Prachtige vergezichten en een indrukwekkende natuur zijn ons deel.
De zon brand ongenadig op onze rug als we afdalen over de sneeuwvelden richtig Val Veny en Courmayeur. Die bereiken we, na een tussenstop in ‘Maison Vielle’, langst een moeilijk begaanbaar pad. Er komen zelfs touwen aan te pas. Courmayeur is de Italiaanse tegenhanger van Chamonix. een mondaine stad met veel trendy shops en restaurants. We maken van de gelegenheid gebruik om hier wat inkopen te doen, wetend dat hierna een paar dagen volgen waarop we op onszelf zullen aangewezen zijn. Een stevige klim brengt ons naar Réfugio Bertone waar we onderdak vinden voor de nacht. Tijd om even de balans op te maken. We zijn halfweg en met nog vijf dagen voor de boeg is de groep nog verrassend fris hoewel we er al zo’n tachtig kilometer hebben opzitten. Wel beginnen onze voeten de sporen van de tocht te dragen.

Lawines en mineralen

met goede moed en de nodige voetverzorging vertrekken we s’morgens voor wat de langste dag van de tocht moet worden. De etappe naar Réfugio Elena op de grens met Zwitserland doorloopt de volledige lengte van Val Ferret. De route loopt over Col Sapin en biedt een prachtig uitzicht op de beroemde toppen van het Mont Blanc massief zoals de ‘Grandes Jorasses’ en de ‘Dent Du Géant’. Waar het dal ophoud vinden we Réfugio Elena terug. Deze ‘berghut’, het lijkt eerder een luxe-hotel, is al van ver te zien. De lange gestage klim op een bochtige asfaltweg is een ware aanslag op de benen. het verblijf in Elena lijkt iedereen deugd te hebben gedaan want ’s morgens vertrekken we goed geluimd en onder een stralende hemel naar de ‘Grand Col Ferret’ op 2537m. Die vormt meteen de grens met Zwitserland. In dit gebied worden veel kristallen gevonden. Velen zoeken hier naar de glinsterende steentjes maar wij zetten onze tocht verder naar het plaatsje La Fouly. het pad is hier op sommige plaatsen volledig weggeslagen door de lawines van afgelopen winter. In het dorp is het even zoeken naar onderdak. Een hoteleigenaar, zelf berggids en van Nepalese nationaliteit heeft echter nog een ‘dortoirtje’ vrij waar we de nacht kunnen doorbrengen. s Avonds begint het opnieuw te regenen en ook de volgende morgen brengt niet veel beterschap. We maken ons op voor de etappe naar Champex. We stappen lange tijd door een beboste vallei met een paar verspreide Walliser dorpjes met houten huizen en dito hooischuren. Vele daarvan zijn op palen gebouwd om weerstand te bieden aan het water. het is een tocht zonder echte hindernissen, een ware verademing na het zwoegen van de voorbije dagen. Champex ligt prachtig gelegen aan een bergmeer en heeft net als Courmayeur een ietwat elitair imago opgebouwd.

Dikke mist

Even verderop bereiken we Chalet D’Arpette, het eindpunt voor vandaag. Van hieruit kunnen we twee richtingen uit. We kiezen voor de relatief korte maar steile klim naar Fenètre d’Arpette, met 2671 meter het dak van deze Tour. Dan volgt de afdaling langsheen de Trient-gletscher naar de verderop gelegen dorp met zelefde naam. Dikke mist lijkt die morgen het plan te laten mislukken maar naarmate we hoger komentrekt die echter op. De Col is een smalle passage van maar een paar meter breed, vandaar de toepasselijke naam ‘Fenètre’. De afdaling is een echte kuitenbijter al word de pijn verzacht door het zicht op de gletscher. Los gesteente en een onduidelijk pad maken de afdaling extra moeilijk. In Trient vinden we onderdak in een Zwitserse gite. Door tijdsgebrek zijn we verplicht om de laatste etappe naar Les Houches te annuleren om zo de cirkel te kunnen rondmaken. Het pad loopt Frankrijk terug binnen op de Col De Balme. Ondertussen laat de vermoeidheid zich danig voelen. Even verderop, in het dorp ‘Le Tour’ zijn nog goed de lidtekens te zien van de verwoestende lawine die hier de afgelopen winter op een deel van het dorp terecht kwam. Voor ons echter betekende dit het einde van een vermoeiende maar geslaagde Tour du Mont Blanc.

Wanneer

Half Juni tot half september garandeert de meeste kans op goed weer. Wij deden de tocht in de tweede helft van juni. In de vakantiemaanden juli en augustus kan het druk zijn en is het aangeraden om op voorhand overnachting in de berghutten te boeken, zeker als men in groep wandelt.

Accomodatie

Is voldoende aanwezig. Er kan gekozen worden uit berghutten, gittes en slaapzalen (dortoirs) in hotels onderweg. Wij kozen hoofdzakelijk voor berghutten, een enkele keer sliepen we in een gite. probeer vrij vroeg in de namiddag toe te komen om zeker te zijn van de beste plaatsen.

Financieel

Daar de tocht ook Zwitserland aandoet moet je een hoeveelheid Zwitserse frank voorzien. Op veel plaatsen kunnen geen kredietkaarten of andere electronische betaalmiddelen gebruikt worden. Wij rekenden op 35 euro per dag. Daar konden we onze overnachtingen van betalen en hielden ook nog wat over voor noodzakelijke inkopen.

Het Volk 09/09/1999

Eén reactie

Schrijf je in op reacties met RSS.

  1. Wintersport Fan said, on 13 oktober 2008 at 11:19

    Hi, kwam toevallig langs uw weblog en wou ondanks deze oude post ff reageren,als Frankrijk en berg en wintersportfan vind ik dit een geweldig mooi verhaal.
    Wintersport Fan Frankrijk


Reageer