Azoren
Wat? Waar? Het zijn de vragen die men je ongetwijfeld stelt als je het over de Azoren hebt. Voor wie wil proeven van deze parels in de Atlantische oceaan, voor wie het echte eilandgevoel wil ervaren en nu eens wil weten wat dat ,,Hogedrukgebied boven de Azoren’’ uit het weerpraatje nu precies inhoud: Bem vindo ao Acores. Welkom op de Azoren! Rudi De Latter
Miguel verwelkomt ons in zijn ’’Quinta das Buganvillas” Dit was vroeger een vervallen boerderij, helemaal zelf opgeknapt”, vertelt hij met enige trots, en hij troont ons mee naar onze kamer. ,,Let maar niet op de landingsbaan”, waarschuwt hij. Landingsbaan? Ik rep me naar het raam en waarlijk, daar ligt ze, met de azuurblauwe oceaan op de achtergrond. Het asfalt van het vliegveld in onze achtertuin! ,,Euh, jullie gaan er geen last van hebben” , stelt Miguel ons gerust. ,,Er komen hier dagelijks slechts drie vluchten aan op de middag en dan zijn jullie toch de deur uit.” Logica van de Azoren, je komt hier om te wandelen en niet om de hele dag op je terras te zitten, en dat geldt vooral voor dit eiland: Faial is een vulkanisch pareltje dat vraagt om te voet verkend te worden. Vandaag staat een wandeling op en rond de Caldeira op het menu. We laten ons met een taxi naar het midden van het eiland brengen. ,,35 euro, meneer”. Maria windt er geen doekjes om. Het zal wel aan de slechte staat van de weg liggen maar we vinden dit wel veel geld voor een ritje van amper een half uur. Of zou Maria ons belazerd hebben, wetend dat die toeristen toch geen andere keus hebben? Hier staan we dan, op de rand van de Caldeira, met onze wandelstokken en bergschoenen, starend in de onmetelijke diepte van de krater. We weten dat er dikwijls dreigende wolken boven de eilanden kunnen hangen en vandaag is dat niet anders. Maar wat een contrast met de kustlijn die in de verte ligt te blaken in de zon. Een onwezenlijke omgeving, beter kunnen we het niet omschrijven. Het pad op de kraterrand verdwijnt soms in de weelderige vegetatie van jeneverbesstruiken en cederbomen, maar verkeerd lopen kan je hier amper: links en rechts gaapt de afgrond. Twee uur later is de cirkel rondgemaakt. We besluiten af te dalen door de Quatro Ribeiras, het land van de vier rivieren, naar Flamengos. Dit dorp, letterlijk vertaald ,,de Vlamingen” is niet van onheil gespaard gebleven. In 1998 maakte een zware aardbeving een groot deel van het dorp met de grond gelijk. ,,Onze deur staat altijd open, zelfs als het regent”, vertelt de kelner van café Peter Sport aan de jachthaven in Horta. Het café nodigt uit om een pint te drinken tussen de talloze memorabilia die wereldzeilers achterlieten tijdens hun tussenstop op de Azoren. ,,We hebben zelfs een museum ingericht om alle vlaggen, naamplaten en andere attributen te kunnen stallen”, legt de kelner uit. Ook op de kademuren is nog nauwelijks een vrij plekje te vinden. Elke vierkante centimeter is ingenomen door tekeningen die bemanningen van zeilboten achterlieten. We vinden zelfs Vlaamse kunstwerkjes terug.
Terras De Lava
Twee dagen later verkennen we buureiland Pico, waar de gelijknamige vulkaan hoog boven uittorent. We huren een auto en rijden de ringweg rond het eiland op. We hebben ons laten vertellen dat hier een goede witte wijn wordt verbouwd wordt en dat willen we wel eens zien, en proeven! Onderweg tonen kleine windmolens, die veel gelijkenis vertonen met onze Vlaamse bovenkruiers, waar we de wijngaarden kunnen vinden. Kleine muurtjes van lavasteen houden de wijnranken gevangen. Geen wonder dat sommige wijnbouwers hun edele vocht Terras De Lava hebben genoemd. Het is allemaal wel erg kleinschalig opgevat: kleine percelen, kleine afzetmarkt. Verder dan het Portugese vasteland gaan de flessen meestal niet. Een mooi voorbeeld van hoe de Azoren zelf instaan voor hun behoeften. ,,Heb je soms postzegels?”, vragen we de kruidenier in Candelaria in gebroken Portugees en met het vertaalboekje in de hand. ,,Neen, daarvoor moet je in een postkantoor zijn en dat hebben ze enkel in Madalena”, antwoordt de man in vloeiend Engels. Eén postkantoor op een heel eiland ? ,,Naar Azorennormen is dat veel, er is geen behoefte”, gaat de man verder. ,,De mensen zijn honkvast, wonen sinds generaties op deze eilanden, hebben hier hun familie en vrienden en gaan liever rond de kerk of in een plaatselijk café een babbeltje slaan. Trouwens, naar een internetverbinding kan je hier lang zoeken.” Lajes Do Pico aan de zuidkust van het eiland is een typisch vissershaventje met als blikvanger een monument voor walvisvaarders. Naast het enige restaurant in het dorp, waar je héél veel geduld moet hebben, staat een rij wachtenden aan een kantoortje voor ,,walvis-spotting’’. Pico is immer een goede plek om deze mastodonten van dichtbij te bekijken, willen de brochures je doen geloven. ,,Zin in een tochtje meneer? Binnen een half uur vertrekken we.” Neen, dank u wel, we hebben nog een eiland te ontdekken en zo’n tochtje duurt al snel 5 tot 6 uur. Een blik in het logboek dat te kijk ligt in het kantoor, leert ons dat er de laatste weken nauwelijks een walvis gespot is, wel af en toe een paar dolfijnen die naast de boot kwamen zwemmen. Toch worden hier wel walvissen gezien, alleen is het nu niet het beste seizoen. We sloegen een ,,walvisjacht’’ vanaf de kust gade. Een spotter zit met een sterke verrekijker op één van de uitkijkpunten langs de kust en speurt voortdurend de oceaan af, op zoek naar kleurverschillen, schaduwen en ongewone stroming die de aanwezigheid van walvissen kunnen verraden. De man staat in radiocontact met de boten die hij naar de plekken stuurt waar hij denkt dat er ,,iets’’ zit. Dat schouwspel kan uren doorgaan, met boten die plots naar een bepaald punt varen en rondcirkelen in de hoop iets te zien te krijgen. Alle aanbieders van
dergelijke walvisvaarten garanderen dat je ,,iets” zal te zien krijgen en merken verder op dat het sowieso een leuk boottochtje is. De aanwezigheid van de vulkaan Pico is overal te zien en soms ook te voelen. De gestolde lava heeft de mooiste landschappen gecreeerd, overal zie je de puisten van oude kraters in het landschap en af en toe durft de grond wel eens te beven.
Wandeling in het park
Op de kade in Velas staat Maria ons op te wachten. ,,Jullie zijn met vier maar ik heb er zes op mijn lijstje staan.” Er komt echter niemand meer opdagen. Maria gooit de deur van het busje dicht en even later staan we aan de Quinta Do Canavial, even buiten Velas. ,,Ik toon jullie een paar appartementjes en je maakt zelf maar uit waar je gaat slapen’’, zegt ze vastberaden. ,,Ik zie jullie morgen bij het ontbijt en als je dorst hebt, haal je zelf maar iets uit de bar. Wel even noteren”, voegt ze eraan toe. Daarmee hebben we ons derde eiland bereikt. Sao Jorge ligt als een speer tussen Pico en Terceira en is het eiland van de Faja’s, in zee stekende vlakke landtongen waarvan de meeste enkel te voet te bereiken zijn. ’s Anderendaags maken we een wandeling op de ruggengraat van het eiland, over en rond enkele vulkaantoppen, naar het eindpunt op de Faja do Ouvidor, één van de grootste en meest spectaculaire van Sao Jorge. Dat is althans de bedoeling, maar er hangen dikke wolkenpakken boven het eiland en ik moet denken aan de tip die we van een inwoner van Pico eerder al kregen: ,,Kijk naar de wolken op de vulkaan, hoe lager ze hangen hoe beter, de toppen steken er dan altijd bovenuit.” Een taxi brengt ons naar het beginpunt. ,,Ziet er goed uit”, zegt de chauffeur als we hem vragen hoe het daarboven is. ,,Ik ben er deze morgen al geweest en er staat een heerlijk zonnetje.” Op het eiland is een werkgroep actief die de wandelpaden, lees grindwegen, onderhoudt, vooral ten behoeve van de boeren die deze wegen gebruiken om bij hun percelen te komen. Wandelen op Sao Jorge, en op alle eilanden trouwens, houdt het midden tussen een bergtocht en een wandeling in het park. De paden zijn afgezoomd met metershoge, blauwe Hortensiastruiken terwijl het landschap rondom van een ruwe schoonheid is met zijn talloze slapende vulkaankraters, steile rotspartijen en de azuurblauwe oceaan op de achtergrond. In het dorp Norte Grande zitten een paar oudere inwoners voorovergebogen en steunend op een wandelstok te praten, ik vraag of ik ze mag fotograferen. Beide mannen veren recht, ééntje zet zijn stok tegen de muur en beiden halen hun breedste glimlach boven. ,,We mogen op de foto”, hoor ik ze denken. Zo te zien was dat al een poos niet meer gebeurd. Een leuk tafereel, evenals dat van de boer te paard die, beladen met melkkannen, tussen de auto’s door laveert. Of wat dacht je van een met stro beladen ossenkar die kreunend over de weg waggelt. De Azoren op hun best.
De stoofpotten van Furnas
We waren verwittigd: rijden op Sao Miguel, het grootste eiland van de archipel, gaat tergend langzaam. De wegen zijn er bochtig en smal en de Azoreanen kiezen nogal snel de binnenkant van de bocht. Uitkijken dus en we doen dan ook bijna twee uur over de tachtig kilometer naar ons hotel. Het is zondag en een goede reden om hier te zijn is het wekelijkse tijdverdrijf van de Azoreanen. ,,Je moet vandaag zeker naar Furnas rijden’’, zegt de bediende aan de hotelbalie, ,,en letten op wat er gebeurt aan de vele uitkijkpunten onderweg.” We hebben geleerd dat Furnas een geologisch pareltje is op de Azoren, een plek waar de aarde borrelt en gromt en de zwavelgeur je onverbiddelijk in de neus slaat. Onderweg lijkt het wel of er een volksverhuizing aan de gang is. Families beladen met potten en pannen, koelboxen en eetgerief nestelen zich in de keurig aangelegde parkjes aan de Miradouros, de plekken waar je de oceaan kan overzien en je vergapen aan de schitterende kustlijn van Sao Miguel. Velen zijn op hun zondagse best, geen plekje blijft onbenut en tractoren staan er geparkeerd tussen dure auto’s. Op zondag valt alle activiteit op het eiland letterlijk stil. Furnas ligt letterlijk binnen de caldera van een oude vulkaan, geïsoleerd van de buitenwereld en geprangd tussen hoge bergwanden. Aan de rand van het dorp stijgen dampen op uit het geothermisch veld dat als een park is aangelegd en waar borrelende modderpoelen en hete stoompluimen je letterlijk het vuur aan de schenen leggen. Je mag hier vrij rondlopen maar oppassen is toch de boodschap. Iemand heeft een zak met maïskolven in een heetwaterbron gegooid en laat het goedje rustig koken. Later zal hij ze per stuk aan bezoekers proberen verkopen. Maïs wordt hier op kleine schaal en puur voor eigen consumptie geteeld. Aan het Lagoa das Furnas, even buiten het dorp, is het een drukte van je welste. In een hoek aan het uitgestrekte meer liggen de befaamde ,,natuurlijke keukens” van Furnas. In deze vulkanische putten wordt de cozido bereid, een mix van verschillende groenten en vlees die in een soort snelkookpan in de putten wordt neergelaten en nadien afgedekt met aarde. De putten worden genummerd en pas na zes uur wordt de cozido met veel vertoon terug bovengehaald. Het gerecht is dan door de vulkanische hitte gaar gestoofd en wordt nadien in twee plaatselijke restaurants geserveerd. Het ritueel herhaalt zich elke ochtend opnieuw en lokt rond de middag, wanneer de putten worden leeggemaakt, veel bezoekers.
Praktisch
De 9 eilanden van de Azoren zijn van vulkanische oorsprong en vormen een autonome provincie van Portugal, ze liggen 900 km ten westen van Lissabon in het midden van de Atlantische oceaan. De economie is vooral gebaseerd op landbouw en veeteelt. De Azoren tellen ongeveer 235.000 bewoners.
-Enkele Belgische touroperators hebben de Azoren in hun aanbod. Vooral de specialisten in wandelreizen bieden pakketten aan bestaande uit een wandelarrangement van één tot twee weken met verblijf op drie of vier eilanden. Wie zijn trip naar de Azoren zelf wil plannenn, kan vanuit Brussel via Lissabon naar de eilanden vliegen. Er zijn geen rechtstreekse vluchten vanuit België. Tussen de eilanden onderling zijn er boot- en vliegverbindingen op regelmatige basis.
-De Azoren zijn vooral als wandelbestemming in trek. Ondanks het feit dat wandelpaden dikwijls niet gemarkeerd zijn en je aangewezen bent op verouderde stafkaarten, is wandelen er een unieke belevenis.
-Grote hotels zijn er nauwelijks maar Quinta’s des te meer. Deze verbouwde boerderijen beschikken over alle comfort en zitten dikwijls vervat in het wandelarrangement.
-Op de Azoren is er beperkt openbaar vervoer, dikwijls niet meer dan een bus heen en terug per dag. Taxi’s zijn daarentegen een echte industrie op de eilanden. Ze brengen je op de meest onmogelijke plekken. Spreek wel op voorhand een prijs af want die kan sterk variëren naargelang de plaats waar je naartoe wilt. Goedkoop een auto huren kan op elk eiland, behalve op Corvo.
- De beste reisperiode is de zomer en het voorjaar. De Azoren hebben een standvastig klimaat met weinig neerslag en milde temperaturen het hele jaar door.
-Betalen doe je op de Azoren met de euro. Een Belgisch paspoort volstaat.
Het Nieuwsblad Catchy 07-10-2006
© 2006 Corelio
