Tips van onze fotografen voor betere vakantiekiekjes
Moderne camera’s zijn zo ontworpen dat het maken van scherpe en goed belichte foto’s bijna vanzelfsprekend geworden is. Toch is het resultaat niet altijd zoals verwacht. De foto’s tonen wel het onderwerp en zijn omgeving maar missen de sfeer die er heerste op hetmoment van opname. Er bestaan een aantal basistechnieken om foto’s dynamischer endus interessanter te maken. We vroegen aan onze eigen fotografen om elk zo’n techniek teverduidelijken. – Rudi De Latter
Zoek de sterke punten in je beeld (Rudi De Latter)
De compositie van het onderwerp in je foto is bepalend voor de spankracht van het beeld. Probeer je onderwerp op een van de ‘sterke’punten in het beeld te plaatsen. Een goed hulpmiddel hiervoor is de tweederderegel. Verdeel het beeld zowel horizontaal als verticaal in drie gelijke stroken. De vier snijpunten van de lijnen markeren de sterke punten in het beeld. Als je nu het onderwerp op een van deze punten plaatst wordt de foto een stuk dynamischer. Geef je onderwerp dus de ruimte in de denkbeeldige kijk- of looprichting. Dit is echter geen dwingende regel en zal ook niet in alle gevallen opgaan. Experimenteer ook eens met diagonale lijnen in de foto. Een diagonaal van linksonder naar rechtsboven laat het oog de foto als het ware ‘inkijken’. Bij een landschap daarentegen leg je de horizon zo horizontaal mogelijk, en niet in het midden maar op de bovenste lijn als de voorgrond de meeste aandacht trekt. Bij een mooie wolkenlucht doe je net het omgekeerde. Om meer diepte aan je foto te geven kan je het onderwerp ook gaan insluiten met objecten die zich op de voorgrond bevinden. Een landschap bijvoorbeeld kan je dynamischer maken als je het beeld kadreert met de takken van een boom op de voorgrond.
Gebruik de flits ook eens overdag (Pol De Wilde)
Natuurlijk licht is voor mij het mooiste en het eenvoudigste (en dat is lekker meegenomen). Soms kan het niet anders en moet je flitslicht gebruiken om het ultieme moment vast te leggen bij donkere omstandigheden. Maar ook bij heel veel licht kan het noodzakelijk zijn om te flitsen om een aanvaardbaar beeld te maken. Ik denk dan vooral aan portretten waarbij het zonlicht zulke zware schaduwen veroorzaakt zodat het bijna onmogelijk wordt om dat portret tegen die achtergrond te maken. Je kan dan het gezicht oplichten met een invulflits. Door het extra flitslicht worden de harde schaduwen opgeheven. Als je bij tegenlichtopnames je flits gebruikt, zorg je ook voor balans tussen voor- en achtergrond. De sterkte van de flits is afhankelijk van de afstand. Sta je dichtbij, dan kan dat leiden tot overbelichting (probeer dan onrechtstreeks te flitsen via witte muren of zoldering). Te grote afstand doet het effect dan weer teniet. Door lichtjes te onderbelichten en een weinig bij te flitsen, bereik je een natuurlijk effect. Bij compactcamera’s zal de ingebouwde flitser meestal automatisch werken in donkere omstandigheden. Tegenlicht (of donkere schaduwen) zullen niet als dusdanig herkend worden en de flits zal niet werken. Afhankelijk van het cameratype kan de flitser geactiveerd worden via een flitsknop of een scenemenu als backlight. Je kan ook de situatie wat naar je hand zetten (verplaats het onderwerp, gebruik de weerkaatsing van een witte muur of van de zon in glaspartijen) zodat je al dat geflits niet nodig hebt.
Zoek het juiste standpunt (Marc Herremans)
De meeste foto’s worden vanuit een staande positie gemaakt. Het is dan ook heel gemakkelijk om de camera recht voor je te houden en op de knop te drukken. Dit levert beelden op zoals we die met het oog ook kunnen waarnemen en het is dan ook een bijna exacte weergave van de realiteit. De betere foto’s worden echter gemaakt wanneer je als fotograaf een standpunt kiest dat goed bij het onderwerp aansluit. Op die manier kan je ook gemakkelijker storende elementen uit de foto weren. Fotografeer kinderen bijvoorbeeld eens vanaf kniehoogte. Je plaatst jezelf dan in hun leefwereld en kijkt als het ware door de ogen van het kind. Zoek het hogerop om een overzichtsfoto te maken of om perspectief en diepte in het beeld te krijgen. Laat je ook leiden door de lichtinval om een goed standpunt te kiezen. Je zal verrast zijn hoeveel je foto’s aan uitstraling winnen. Bekeken vanuit een ander standpunt krijgen ze veel meer zeggingskracht.
Ga eens dichter bij je onderwerp staan (David Stockman)
Veel foto’s worden dikwijls van te veraf genomen. Je kent ze wel, de foto’s waar je onderwerp bijvoorbeeld bij een mooie fontein of een gebouw heel klein staat afgebeeld. Je wou ze nu eenmaal allebei op de foto en dan nog liefst volledig ten voeten uit. In dergelijke gevallen laat je het onderwerp beter wat afstand nemen en ga je zelf dichterbij staan. Met het objectief in de groothoekstand kan je het onderwerp van dichtbij fotograferen waarbij de achtergrond toch voldoende in beeld is om te tonen waarover het gaat. Raadpleeg wel even de gebruiksaanwijzing van je toestel om te kijken hoe dicht je kan fotograferen. Je hoeft de persoon ook niet volledig in beeld te nemen, een sterkere foto krijg je als je iets meer close-up fotografeert. Zoek bijvoorbeeld naar een opvallend detail en plaats je onderwerp op een van de ‘sterke’ punten in de foto waardoor het een prominente plaats krijgt in het beeld.
Zorg voor een ongedwongen sfeer (Mine Dalemans)
Mensen zeggen altijd dat ze het mooist op de foto staan als ze onverwacht gefotografeerd worden. Daarom mijn eerste tip: roep nooit meer ‘zeg eens cheese’ voor je foto’s van mensen maakt. Iedereen wil uiteraard op zijn best op de foto maar dat resulteert vaak in statische en weinigzeggende beelden. Je kan de geportretteerden vragen om zich wat losjes op te stellen of iets te doen wat ze graag doen. Ze zijn dan minder met de camera bezig en dat levert meestal aardige foto’s op. Vooral bij kinderen werkt dit trucje goed. Mijn tweede tip is deze: op de meeste digitale toestellen zit een ontspanvertraging. Daardoor is het veel moeilijker om spontane foto’s te maken. Je kan dat verhelpen door de ontspanknop op voorhand half ingedrukt te houden om dan op het juiste moment af te drukken. De blikken zijn dan nog ontspannen en de foto oogt een stuk natuurlijker.
Het Nieuwsblad 28-06-2008


© Corelio 2009