Het zal wel aan mij liggen maar ik stel vast dat het eerste wat mensen doen als ze de eerste sneeuw naar beneden zien komen is, jawel, een sneeuwman maken of iets wat er op lijkt. Er moet nog maar een klein sneeuwtapijt liggen en je ziet ze overal opduiken. Maar sneeuwmannen zoals vroeger ? Nee, die zie je niet meer vandaag. Ik herinner me nog de winter van ‘67 toen er op een nacht zoveel sneeuw was gevallen dat we onze buitendeur zelfs niet open kregen. Hoera, mijn gebeden waren verhoord en mijn wens was uitgekomen dat er s’anderendaags een pak sneeuw zou liggen, en wat voor één ! We moesten een schop gebruiken om ons een weg te banen door de witte muur aan onze achterdeur. En wat deed ik dan meteen na het ontbijt ? juist, een sneeuwman neerzetten. Het was niet alleen een manier op de tuin grotendeels sneeuwvrij te maken, ik kweet me ook zeer ernstig van mijn taak. Die dag heb ik dan ook een kunstwerk neergezet van nooit gezien proportie. Ik had voorwaar een ladder nodig om het hoofd er op te krijgen. Ik had trouwens maar één ding voor ogen, mijn sneeuwkloon moest en zou gezien worden. En dat werd hij, vanop straat stonden mensen naar de witte reus te staren en ook de buren spraken erover. Je zag van huizen ver zijn witte kop overal bovenuit steken. En het was een sneeuwman in de echte zin van het woord. Hij had armen en benen, een wortel als neus en kwee steenkolen als ogen. S’avonds gaf ik hem een sjaal tegen de wind en een hoed tegen de kou. Ik voelde me zo trots en voldaan dat ik mezelf afvroeg of ik er geen kijkgeld zou voor vragen. Ik had me per slot van rekening serieus in het zweet moeten werken. Wekenlang heeft hij er gestaan, met opgegeven hoofd. Tot de dag dat de dooi intrad. Ik moest lijdzaam toezien toen mijn beste vriend onherroepelijk ten prooi viel aan de klimaatsverandering en langzaam maar zeker een kopje kleiner werd gemaakt. Tot er uiteindelijk nog een hoopje vuile sneeuw, een wortel en twee steenkolen overbleven. En toen werd het lente.
